Voor een veilige verkeersafwikkeling op kruisingen, is het noodzakelijk dat er een vrije uitzichthoek naar links en rechts is gegarandeerd. Het uitzicht naar links en rechts moet bij een voorrangkruising ruimer zijn dan bij een gelijkwaardige kruising, omdat het verkeer dat een voorrangkruising nadert, voorrang moet verlenen aan het van links en rechts komend verkeer. Daarbij geldt op een voorrangsweg vaak een hogere maximumsnelheid. Bij gelijkwaardige kruisingen is vooral het uitzicht naar rechts van belang. Om voldoende uitzicht te bewerkstelligen, zijn voor de kruisingen uitzichtdriehoeken vastgesteld. Met uitzichtdriehoeken wordt bedoeld het gebied waarin de verkeersdeelnemers voldoende zicht op elkaar moet hebben. De uitzichtdriehoek begint op 5 meter van de kruising en is groter naar mate de toegestane maximumsnelheid hoger is. Hierbij is rekening gehouden met de volgende maximumsnelheden op de wegen:15, 30, 50, 60, of 80 km/ u. De in een uitzichtdriehoek aanwezige voorwerpen of beplanting mogen niet hoger zijn dan 50 cm. Een uitzondering kan worden gemaakt voor bomen als deze zijn opgesnoeid tot een hoogte van minimaal 3 meter en er tussen de stammen voldoende uitzicht blijft (minimaal 1 meter breed tussen de stammen).
Naast regels voor het uitzicht bij kruisingen, zijn ook regels vastgesteld voor overhangende begroeiing. Bij een voetpad mag begroeiing niet lager hangen dan 2,5 meter. Voor fietspaden geldt hetzelfde met de aanvulling dat naast het fietspad een strook van 50 cm moet worden vrijgehouden. Voor wegen geldt dat begroeiing niet lager mag hangen dan 4,5 meter vanaf de zijkant van de weg.
