3.5 Indicatoren

Indicatoren t.b.v. bedrijfsvoering en besturen
Door het werken volgens de structuren die zijn vastgelegd in het DSP ontstaat de mogelijkheid om de bedrijfsvoering in kaart te brengen en te controleren. Hierdoor kan worden voorzien in een toenemende wens binnen organisaties om meetbare prestaties aan te leveren. Gegevens van de bedrijfsvoering komen beschikbaar.

Kengetallen van bijvoorbeeld het aantal uitgeleende dossiers en aantallen ingekomen en andere documenten kunnen worden gegenereerd. Ook wordt inzicht verkregen hoe de processen verlopen. Bijvoorbeeld hoe is de besluitvorming geweest, worden termijnen gehaald etc. Deze gegevens kunnen worden gebruikt om knelpunten te signaleren en daar waar nodig de processen aan te passen. Op basis van deze cockpit-informatie (managementinformatie) kan er sturing worden gegeven aan de processen.

Zonder volledig te zijn een overzicht van de mogelijkheden:

• Aantallen gemaakte documenten:

- per documentsoort;

- per afdeling;

- per periode;

- of een combinatie hiervan.

 

• Uitgeleende dossiers:

- per dossiersoort;

- per afdeling;

- per periode;

- of een combinatie hiervan.

 

• Ingekomen post:

- per afdeling;

- per periode;

- wel/geen ontvangstbevestiging;

- of een combinatie hiervan.

 

• Afdoening producten (aantal nieuwe zaken gestart/afgedaan)

- per afdeling;

- per periode.

 

• Afdoening producten (tijdsduur begin tot einde zaak)

- per zaak/trefwoord;

- per periode.

 

• Een andere mogelijkheid is om informatie te genereren over de besluitvorming

- per afdeling;

- per periode.

Uitgelicht