1.9 Missie van de gemeente Putten en Visie op de organisatie

1.9  Missie van de gemeente Putten en visie op de organisatie

 

DE MISSIE VAN DE GEMEENTE PUTTEN
Het streven naar een optimaal welzijn voor de inwoners van Putten en vanuit dat gegeven er alles aan doen om de diverse functies van de gemeente op een daarbij passend niveau in te richten.

 

DE VISIE OP DE AMBTELIJKE ORGANISATIE

De organisatie levert een bijdrage aan de voorbereiding en uitvoering van plannen en verleent diensten op basis van door het bestuur uitgezette lijnen.

Kernbegrippen voor onze organisatie:

• Ambitieus (bijdrage op eigen vakgebied; wat willen we met ons allen bereiken; Putten uitbouwen tot een zakelijke vooruitstrevende gemeente).

• Slagvaardig (denken en doen; korte lijnen).

• Samenwerking (teamgedachte; zwakste schakel kan nooit het breekpunt zijn).

• Transparantie (open opstelling tegenover burgers, collega’s en bestuur).

• Integraliteit (samenhang in alle facetten van ons handelen).

• Servicegericht (afspraken nakomen, snelheid van handelen, positief, meedenkend, humorvol).

 

Uitgangspunten voor het functioneren van de organisatie:

• Externe oriëntatie blik naar buiten; invloed provinciaal en landelijk beleid; regio-ontwikkelingen).

• Toekomstgerichte strategiebepaling (beleidsplan).

• Resultaatgerichtheid (realisatie concrete doelen; planning).

• Flexibiliteit en consistentie (ondernemende mentaliteit; slagvaardigheid; veranderingsgezindheid; beleid voorspelbaar en consistent).

• Streven naar kwaliteitsverbetering (voortdurend aandacht voor verbetering producten, diensten en bedrijfsvoering; kengetallen).

• Managementstijl (zakelijk, open en kwetsbaar opstellen; motiverend; ruimte geven aan ontwikkeling medewerkers; betrekken medewerkers bij te behalen resultaten en kwaliteits-verbetering).

• Klantgerichtheid (open opstelling, heldere afspraken).

 

Dit leidt tot de volgende organisatorische voorwaarden:

• Integraal management (afdelingshoofd verantwoordelijk voor gehele middeleninzet, het productieproces, producten en de bestuursinformatie).

• Ondersteuning (financiële en juridische controlfuncties).

• Duidelijkheid in taakstelling (helderheid in taakstelling via afdelingsplannen; projectmatig werken; budgetverantwoordelijkheid).

• Bijsturingsinstrumenten management- en bestuursrapportages).

• Duidelijkheid in verantwoordelijkheidsstructuur (een aanspreekbare medewerker als primaathouder).

• Decentralisatie (sturing op hoofdlijnen; bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie).

• Informatievoorziening en verantwoording (periodieke voortgangsrapportages).

• Zakelijke inrichting werkoverleg (duidelijke taakafbakening, effectiviteit, spelregels).

Uitgelicht