Deling parochie Putten en splitsing schoutam

Symbool Steden en StatenTijdperk - Steden en staten (1000-1500)

Nadere beschrijving - Deling van de parochie van Putten en splitsing schoutamt

Waar buiten te zien -

Waar binnen te zien - 

 

In de Middeleeuwen was de schout de vertegenwoordiger van de Landsheer op het platteland buiten de steden.

 

Foto van gerechtsbomenHij was belast met de handhaving van de openbare orde en de opsporing en vervolging van strafbare feiten, uitgezonderd halsmisdrijven. Het gebied waarover hij autoriteit bezat werd schoutampt genoemd. Het gebied rondom Putten vormde zo'n plattelands schoutampt, waarvan de grenzen zich uitstrekten tot voorbij het tegenwoordige Voorthuizen en Nijkerk. Het viel samen met de grenzen van de toenmalige kerkelijke parochie Putten. In het zuiden en in het oosten grensde de parochie Putten aan Garderen. In het gebied van het tegenwoordige Nijkerk is in de loop van de twaalfde eeuw een kapel gesticht in de buurtschap Wullenhoven. Nadat deze bij een veenbrand verloren is gegaan is op een andere locatie een nieuwe kerk gebouwd. Deze is in 1222 als centrum van een nieuwe parochie Nij(e)kerck afgescheiden van de parochie Putten. Wél bleef het gebied van Nijkerk als zelfstandige parochie nog enkele eeuwen deel uitmaken van het schoutampt Putten.

 

Deze parochie Nijkerk heeft in 1413 van de hertog Reinald IV van Gelre het aanbod van stadsrechten gekregen, doch Nijkerk heeft nimmer aan de gestelde voorwaarden kunnen voldoen om o.a. een vroedschap van 12 schepenen te benoemen en stadsmuren te bouwen, zodat het nog altijd deel uitmaakte van het schoutampt Putten. Wél werd het omringd door een gracht met wallen en poorten, zodat Nijkerk later terecht een veste werd genoemd. Overigens was omstreeks 1600 de omwalling reeds verdwenen.

Het Veluwse Landgericht maakte onder leiding van de drost van Veluwen periodiek een rondgang langs de plattelandsschoutampten om daar een rechtszitting te houden voor de grotere zaken. Na het aanbod van 1413 heeft het Hof te Arnhem, in afwachting van de vorming van een Nijkerks schepencollege, kennelijk wel besloten de periodieke zittingen van de drost van Veluwen voor de regio Putten/Nijkerk niet meer uitsluitend in Putten te houden, maar de specifieke Nijkerkse zaken ook daar ter plaatse te berechten. Dit geschiedde op 6 februari 1426 voor de eerste maal en dat is sindsdien ook zo gebleven, ondanks de mislukte stadsstichting. Hoewel de schout wel een en dezelfde persoon was, werd hij sindsdien in de akten en verslagen van de landgericht-zittingen te Putten als schout van Putten vermeld, maar in de Nijkerkse verslagen werd hij schout van Nijkerk genoemd.

Uiteindelijk is omstreeks 1530 een eind gekomen aan dit "dubbele" schoutampt en kreeg Nijkerk een eigen schout. Dit was toen echter wel een familielid van de Puttense schout en beide schoutampten zijn nog lang in dezelfde familie gebleven, in Putten zelfs tot ca. 1680, namelijk de familie van Arler. De Nijkerkse tak nam bij de splitsing de toepasselijke naam Scholten aan.

Uitgelicht