De bewaarschool Het Weeshuis van Juffrouw J.G. Vervat

In Putten heeft van 1841 af een kleine Christelijke Afgescheiden Gemeente bestaan, die sedert 1869 de Christelijk Gereformeerde Gemeente heette. Voorgangers zijn geweest:

  • W. van Leeuwen (1853-1854, J.W. Legrom (1856-1858), P. Kapteyn (1858-1861), K. Kreulen
  • (1861-1864), K. Kleinendorst (1865-1869), J. Diephuis, (1870-1871), R. Brinkman
  • (1873-1884), G.J. Weyenberg van 1884 tot 1892, toen in Putten de Gereformeerde Kerk gesticht werd.

 

Toen deze Puttense Afgescheidenen in 1864 een eigen Christelijke school oprichtten was daarvoor grond aangekocht aan de Dorpsstraat, waar een onderwijzerswoning en een schoolgebouw van 11 x 9 meter verrezen. De oprichting van deze school schoot echter in het verkeerde keelgat bij Ds. J.A. Ruys (1823-1906), die van 1858 tot 1877 in Putten stond als Hervormd predikant. Dadelijk richtte hij een verzoek tot de landelijke Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Amsterdam om subsidie te verkrijgen voor de oprichting van een Hervormde school in Putten. De Hoofdcommissie van C.N.S. adviseerde Ds. Ruys om tot samenwerking te komen met de Afgescheidenen inzake Christelijk onderwijs in Putten, maar daarvan wilde Ds. Jacob Adolph Ruys niets weten. Toen hij bovendien onvoldoende steun kreeg van zijn Hervormde Gemeenteleden en een poging tot oprichting van een Hervormde school in het buurtschap Hoef jammerlijk mislukte, ging de onverdraagzaamheid van deze pastor zò ver, dat hij de Afgescheiden school, die inmiddels in 1864 in Putten was opgericht, door een lastercampagne ging benadelen. De Hoofdcommissie van C.N.S. liet een onderzoek instellen en wist het onware in deze beschuldigingen aan te tonen. Het gevolg was dat Ds. Ruys bedankte als lid van de Vereniging C.N.S. en verschillende leden van de Hervormde Kerk trachtte over te halen hetzelfde te doen. Onrust en onenigheid was het gevolg van het optreden van deze Puttense predikant, die in 1877 naar Neer-Andel vertrok, waarna hij nog in Bunschoten (1879-1883) en Lemmer (1883-1885) stond, waar hem emeritaat werd verleend, waarna hij te Kampen in 1906 overleed en in Putten werd begraven, waar ook zijn eerste vrouw in 1885 begraven werd.

 

Het schooltje van de Afgescheidenen in Putten is geen lang leven beschoren geweest. De onderwijzerswoning en het schooltje aan de Dorpsstraat werden in 1874 verbouwd tot pastorie en kerk, die tot 1908 als zodanig in gebruik bleven. Vòòr 1874 hadden de Afgescheidenen een kerkje in gebruik dat in 1852/1853 nabij de molen "'t Hert" was gebouwd aan de Engweg op de plaats waar in 1956 het Hervormde rusthuis "Elim" verrees. Dit kerkje kwam in 1873 te koop. De bewoners van het kasteel De Vanenburg, baron F.W.J. Aylva van Pallandt en zijn echtgenote baronesse van Pallandt-Goltstein, besloten in 1873 het Afgescheiden kerkje met de inpandige pastorie te kopen. Het pand werd verbouwd en uitgebreid met twee torenvleugels op twee verdiepingen en men bestemde dit gebouw voor een liefdadig doel, n.l. voor verpleging van 12 oude mannen en 12 oude vrouwen. Mevrouw van Pallandt zat zelf hele dagen achter de naaimachine om voor oude vrouwtjes een nette "uitzet" te maken, waarvoor een boerin de patronen had verstrekt. Om deze oude mensen wat op te vrolijken werden in het rusthuis ook drie wezen uit eenzelfde gezin opgenomen. Later - nadat drie oudjes waren vertrokken en de andere negen in 1877 overleden waren - werden nog meer ouderloze kinderen, ook van buiten Putten opgenomen in dit gebouw, dat toen het "Weeshuis" werd genoemd.

 

In september 1874 werd in dit " Weeshuis" bovendien in een tweetal lokalen een bewaarschool gevestigd voor zowel weeshuiskinderen als voor de Puttense kleuters. Hoofdleidster werd Juffrouw van den Berg, die wegens haar huwelijk in 1884 vertrok. Zij werd opgevolgd door Juffrouw Gertruida Vervat, die in 1860 in Putten geboren werd en 37 jaar lang van 1884 tot 1921 met grote toewijding deze zeer geroemde bewaarschool heeft geleid, die tot 1917 gevestigd is geweest in dit "Weeshuis" van Baronesse Van Pallandt - Goltstein. De Puttenaren bleven deze bewaarschool "het Weeshuis" noemen. Het aantal weeskinderen was uiteraard voortdurend schommelend, meestal waren er 40 à 50 wezen, die allen gevoed, gekleed en onderwezen werden voor rekening van het kinderloze echtpaar Van Pallandt! Toen in 1875 en in 1892 respectievelijk 12 en 2 kinderen de mazelen kregen en in 1890 negen kinderen leden aan difteritus, verkeerden de Van Pallandt's hierover zo in zorg alsof het hun eigen kinderen betrof. In de 44 jaren dat het "Weeshuis" in Putten heeft bestaan, nl. van 1873 tot 1917 zijn vijf pleegkinderen overleden, o.a. Betsy B(litz), een gedoopt Jodinnetje van 4 jaar, dat aan kinkhoest was bezweken en onder het zingen van "Veilig in Jezus armen" door de kinderen van het "Weeshuis" naar de Puttense begraafplaats werd begeleid.

 

Er zijn nog Puttenaren in leven, die op de bewaarschool "Het Weeshuis" van Juffrouw Vervat geweest zijn en zich de strenge regels en orde en tucht nog goed weten te herinneren. De wezen moesten door het eerste hek naar binnen, de bewaarschool-kleuters door het tweede hek. Een weeskind, dat voor een boodschap naar het dorp moest, mocht onderweg met niemand een praatje maken en moetst binnen de gestelde tijd terug zijn. In de kale grote bewaarschool stond een lange tafel, waaraan de kleuters moesten plaats nemen en recht moesten zitten op lange rugloze banken, nadat ze hun klompen in het klompenhok hadden gestald. Om een paar blokkendozen werd regelmatig gekibbeld.

 

Juffrouw Vervat - klein en corpulent - kon boeiend Bijbel-vertellen en de kleuters leerden al vroeg geestelijke liederen. "Klokje klinkt"en Psalm 81 kenden ze allemaal. Matjes vlechten was een geliefde werkles, waarbij Juffrouw Vervat zich liet assisteren door weeshuis-meisjes, o.a. door Leen Kok, die lichamelijk ernstig gehandicapt was, maar een zinvolle taak door Juffrouw Vervat kreeg toebedeeld, n.l. een permanente sanitaire functie als broekenbindster. Bij mooi weer waren de kleuters buiten te vinden, waar dan volop gebruik gemaakt werd van het buitenmateriaal zoals schommel, wip en een grote zandbak, waarin met schepjes en vormpjes kon worden gespeeld en waar zand poffertjes door de kleuters werden gemaakt. Ook in de zaal mocht trouwens op de lange tafels met zand worden gespeeld. Toen een kleuter die in de Dorpsstraat woonde op deze bewaarschool een beetje heimwee kreeg, werd hij door een troostende Juffrouw Vervat opgetild en voor het grote raam gewezen op de kerktoren: "Zie je die toren daar? Daar woon je en daar mag je straks weer naar toe!".

 

Bij de Kerstvieringen, waarbij van 1873 af al een Kerstboom was, waren de Hervomde diakenen elk jaar present. Baron van Pallandt en Gerrit van Asselt, de Ermelose schaapherdersjongen, die later op Sumatra zendeling was geweest, spraken dan de kinderen toe, die versnaperingen en boekjes kregen. Van 1875 af werden op de Vanenburg zomerfeesten gehouden met na een wandeling een maaltijd, die bestond uit aardappels en zoute vis, rijst met suiker en taart met koffie en pruimen, waardoor de weeskinderen en de kleuters met twee rijtuigen gehaald en thuis gebracht werden. Toen het zomerse aardbeienfeest op de Vanenburg was ingesteld, moesten minstens acht rijtuigen met kinderen worden volgestouwd! Het Sinterklaasfeest is in het "Weeshuis" altijd uitbundig gevierd door jong en oud! Ook na het overlijden van Baron van Pallandt in 1906 bleef zijn weduwe, Baronesse van Pallandt - van Goltstein voor de weeskinderen zorgen tot ook zij in 1917 op 88-jarige leeftijd stierf. Elke donderdag bezocht zij per rijtuig het "Weeshuis".

 

Na haar overlijden konden de wezen volgens een in 1904 door de Van Pallandt's getroffen testamentaire regeling worden ondergebracht in de Weesinrichting Neerbosch bij Nijmegen. Het "Weeshuis" werd in 1917 voor ƒ 20.000,-- verkocht aan de Hervormde Diaconie van Putten, die het "Weeshuis" voortaan Diaconiehuis noemde en het gebouw tot rusthuis bestemde. Wel waren er bij deze transactie verschillende condities gemaakt, o.a. deze, dat Juffrouw Vervat moest worden overgenomen, althans de eerste tijd. De Bewaarschool werd onder het bestuur van de Hervomde Kerkeraad op de oude voet voortgezet. Betekende dat nu ook dat de Puttense Diaconie Juffrouw Vervat levenslang moest onderhouden? De Diaconie bleef vrij daarmee door te gaan of er mee op te houden. Twee weeskinderen in Putten werden kosteloos in het Diaconiehuis verpleegd, dat gedeeltelijk verhuurd werd aan de bewaarschool. Juffrouw Vervat werd jaarlijks voor ƒ 350,-- kost en inwoning verschaft, zolang zij hoofd bleef van de bewaarschool. Zij moest zich wel vergenoegen met hetgeen door de Vader en Moeder van het Diaconiehuis als spijs werd genuttigd, hetzij zij afzonderlijk at of met hen. Haar kamertje op de eerste verdieping kon zij behouden. Op een verzoek van deze Christelijke bewaarschool om een subsidie van ƒ 250 stelden B & W van Putten voor een bedrag van ƒ 100,-- te geven. Op 10-8-1917 kwam bij de Hervormde Kerkeraad een verzoek in behandeling van Juffrouw Vervat om - zo zij blijft, de voorkamer, dus de spreekkamer van het Diaconiehuis als zitkamer te mogen gebruiken. De kerkeraad besloot "om zo de Vader en de Moeder daartegen geen bezwaar hebben genoemde Juffrouw toe te staan daarin wel eens te zitten, maar recht verkrijgt zij daarop niet. 't Is en blijft de spreekkamer van de diakenen!"

 

Op 3-10-1919 besluit de kerkeraad het bestuur van de Vereniging tot instandhouding der Bewaarschool te Putten op te zeggen: het inwonen van Juffrouw Vervat als hoofd van de bewaarschool, waaraan tevens verbonden was de kost, in te gaan op 15-11-1919 en de nu gebruikte schoollokaliteiten aan de Vereniging te verhuren voor ƒ 50,-- per jaar, telken jare door het Bestuur der Vereniging weer aan te vragen, tevens mededelend, dat het Bestuur verzuimd heeft voor 1 october 1919 verlenging hieromtrent te vragen. Op 1-12-1919 beantwoordt het bestuur van de Bewaarschool het schrijven van de kerkeraad inzake de opzegging van de inwoning van Mejuffrouw Vervat, dat men voor kennisgeving heeft aangenomen. Tot 1921 is Juffrouw Vervat hoofd geweest van deze Puttense bewaarschool, dus 37 jaar lang! Op 1 februari 1922 is zij overleden, 61 jaar oud.

 

Een uitgebreide beschrijving van het verdere wel en wee van deze Bewaarschool valt buiten het bestek van dit artikel. De volgende foto uit 1934/1935 toont de school nog in volle glorie.

 

Uit "KENT U ZE NOG … DE PUTTENAREN" van G. Huisman 1974

Bij foto nummer 53:

Foto van de weeskinderen

 

Zoals reeds beschreven: in het oudeliedenhuis van de hervormde gemeente, waar voorheen het weeshuis was gevestigd, had men een bewaarschool ingericht. Op deze foto, gemaakt in 1934/35, zien we de kinderen met de juffrouw keurig poseren voor de fotograaf.

 

Op de eeste rij, van links naar rechts : Juffrouw Braaksma, Marie van Losenoord, Anna van Losenoord, Polhoud, Van Kernebeek, Steven Smienk, Tijmen Smienk, Wim Robbertsen en Kees Robbertsen.

 

Op de tweede rij: onbekend, Henk van den Poll, Jan van den Poll, Polhoudt (?), twee onbekenden, Annie Vogel en Truida Vogel.

 

Op de derde rij: onbekend, Adriaan van den Poll, Bram Schut, Annie Schut, Rinus van den Brink, Rik van den Brink, Gijs van den Brink en juffrouw E. Adams.

 

Het gebouw van de Bewaarschool en het Oude Lieden huis (aan de linkerkant van de molen) heeft nog bestaan tot het op 23-3-1989 werd afgebroken. Inmiddels vond ernaast al de nieuwbouw van "Elim" plaats in 1956/1957. In deze periode kreeg de aloude Molenstraat een nieuwe naam en werd per Raadsbesluit van 6-11-1957 veranderd in Engweg.

 

Foto van de molen

Uitgelicht