Verzet in de tweede Wereldoorlog

Na de inval op 10 mei 1940 paste de Duitse bezetter “de tactiek van de fluwelen handschoen” toe ten aanzien van de Nederlandse bevolking. Toch waren er Nederlanders die in de eerste acties tegen de Joden het misdadig karakter van het nationaal-socialisme inzagen en in verzet kwamen.

Een van de eerste verzetsgroepen in Nederland was die van Pieter Vijge. Al vroeg in 1941 zamelde de groep gelden in voor onderduikers en pleegde overvallen op treinen die met Nederlandse goederen naar Duitsland reden. Zij deden dit met gebrekkige middelen zoals het in brand schieten van wagons met pijl-en-boog. Aan wapens komen was in de eerste tijd moeilijk maar ze probeerden het wel.

In maart 1942 is de groep opgerold door verraad. De leiders zijn in september 1942 gefussilleerd.

 

Foto van straatnaambord Pieter VijgehofIn 2010 is er in Putten een straat naar Pieter Vijge genoemd.

 

Na het keerpunt in de oorlog, de nederlagen bij El Alamein in Noord-Afrika eind 1942 en Stalingrad, begin 1943, toonden de Duitsers hun ware gezicht. Hun maatregelen kregen een steeds grimmiger karakter. Met name na de Slag om Arnhem, die begon op 17 september 1944, kwam de oorlog voor de Puttenaren dichterbij.

De verschillende verzetsgroepen in Nederland fuseerden begin september 1944 tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. De B.S. stond onder leiding van prins Bernhard.

Een groep verzetslieden opereerde vanuit de afgelegen Enny’s Hoeve aan de Hunnenweg, een zijweg van de Arnhemse Karweg. Deze groep, bestaande uit acht personen, beraamde een aanslag op een stafauto van de Wehrmacht tussen Nijkerk en Putten.

Deze aanslag werd in de nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober 1944 uitgevoerd bij de Oldenallerbrug. Bij de aanslag ging van alles mis. Tijdens de schotenwisseling werden een verzetsman en een Duitse officier zwaar gewond. Beide mannen bezweken korte tijd later aan hun wonden.

Al in 1941 had Wehrmachtsbefehlhaber Christiansen naar aanleiding van de activiteiten van de groep Vijge reeds gezegd: ’Putten ist ein Partizanennest dasz musz ausgerottet werden’. De aanslag gaf de Duitsers dan eindelijk een aanleiding om Putten zwaar te straffen en het dorp als afschrikwekkend voorbeeld te gebruiken voor het Nederlandse verzet (zie ‘Razzia 1944’).

Uitgelicht