“Er zijn veel vooroordelen over mensen met psychische problemen”

Ze wil graag haar verhaal delen, maar anoniem. Mevrouw (midden 50 jaar) woont sinds driekwart jaar zelfstandig in Nunspeet, daarvoor in een beschermde woonvorm. Ze is jarenlang opgenomen geweest in de GGZ. Zij is erg blij met haar eigen woning en ervaart veel minder vooroordelen nu mensen niet weten dat zij kampt met psychische problemen.

De beschermde woonvorm in Nunspeet bestond uit vier woningen midden in een reguliere woonwijk. Haar ervaringen daar zijn overwegend negatief omdat ze merkte dat er weinig tolerantie is voor mensen met psychiatrische problemen. Er zijn veel vooroordelen: “Ik sliep aan de straatkant en hoorde mensen praten over de inwoners. Dit was niet altijd positief. Ook zag ik mensen naar binnen kijken, dat voelde heel erg raar. Als er met oud en nieuw lawaai werd gemaakt, dan werd meteen door de buurtbewoners aan de begeleiding gevraagd of wij stil konden zijn.”

Dit artikel is onderdeel van een reeks van 10 verhalen over Noord-Veluwse inwoners die te maken hebben met verward gedrag. De Noord-Veluwse gemeenten besteden op deze manier aandacht aan dit thema. Heeft u vragen of behoefte aan ondersteuning? Neem contact op met de afdeling Samenleving via telefoonnummer (0341) 359 611.

Op de duofiets

Op de beschermde woonvorm werd veel gelachen en gepraat. “Maar dat heb je overal, ook waar ik nu woon in een gewone woonwijk. Maar dan hoor ik niemand klagen.” Ook als zij vroeger ging fietsen op de duofiets - een fiets waar inwoners van beschermd wonen samen met een begeleider op kunnen fietsen - ervoer ze een afstand met andere burgers. Er werd vreemd naar gekeken en al helemaal geen praatje gemaakt: “Ik wil liever dat mensen gewoon vragen wat er aan de hand is. Je moet mét mensen praten en niet óver mensen. Als mensen mij aanspreken dan kan ik zelf bepalen wat mijn antwoord is.”

Meer een burger

Mevrouw merkt duidelijk een verschil in de omgang met anderen nu ze in een reguliere woonwijk woont. De overgang van beschermd naar zelfstandig wonen, geeft haar het gevoel dat zij nu meer onderdeel uitmaakt van de samenleving. Het is voor haar een grote opluchting niet meer als psychiatrisch patiënt te worden gezien. “Ik voel mij nu meer een burger.” Dit komt door simpele gebruiken en omgangsnormen die op het eerste gezicht heel normaal lijken, maar voor mevrouw waren deze gebruiken en omgangsnormen nieuw: ‘’Als ik nu tegen mensen vertel dat ik ben verhuisd naar een nieuwe woning, dan zeggen mensen tegen mij; ‘O, wat leuk, waar woon je? Is het een appartementje of een huis?’ Dit lijkt niet heel belangrijk. Maar dat  vragen mensen niet als ze weten dat je naar een beschermde woonvorm gaat. In mijn nieuwe buurt vertel ik daarom ook niet zo snel waar ik vandaan kom. Wel wordt er makkelijker een praatje met mij gemaakt, dat is heel erg fijn.”

Menseigen

Ook al vindt mevrouw het niet leuk als mensen kijken naar of praten over mensen met psychiatrische problematiek, ze betrapt zichzelf er ook wel eens op als ze nieuwsgierig is naar mensen. Dit gedrag is natuurlijk en onvermijdelijk vindt zij: “In hoeverre je het de mensen kwalijk kunt nemen, is een ander verhaal. Ik woon nu boven een huisartsenpost en daar gebeurt ontzettend veel. Ik zie geregeld een ambulance aan komen rijden en dan kijk ik even naar buiten en denk ik: ‘Er is vast weer iemand onwel geworden.’ Die nieuwsgierigheid heeft dus helemaal niks te maken met psychiatrie, het is ook menseigen.”

Over stigmatiseren

Stigmatisering vindt plaats wanneer een bepaald persoon of een bepaalde groep structureel in verband wordt gebracht met een bepaalde eigenschap. Dit kunnen diverse eigenschappen zijn, maar over het algemeen impliceert stigmatisering een negatieve eigenschap. Stigmatisering kan daarnaast andere negatieve gevolgen hebben, bijvoorbeeld vooroordelen, onbegrip en discriminatie. Het proces van stigmatisering is per definitie subjectief. In andere woorden, de stigma’s die worden opgelegd zijn in de regel niet gebaseerd op daadwerkelijke objectieve waarnemingen.