Maurice heeft schizofrenie: “Ik wil iets doen voor de medemens”

Maurice (44 jaar) was jarenlang elektricien in de bouw. Maar op een gegeven moment ging hij niet meer naar zijn werk. Het zou nog een tijd duren voordat hij de diagnose schizofrenie kreeg. Hij werd afgekeurd en sindsdien komt hij rond van zijn uitkering.

Dit artikel is onderdeel van een reeks van 10 verhalen over Noord-Veluwse inwoners die te maken hebben met verward gedrag. De Noord-Veluwse gemeenten willen op deze manier aandacht besteden aan dit thema. Heeft u vragen of behoefte aan ondersteuning? Neem contact op met de afdeling Samenleving via telefoonnummer (0341) 359 611.

Hij is blij met zijn woning: een zogenaamde gespikkelde woonvorm. Een woning waar zowel mensen wonen die voorheen beschermd woonden als reguliere huurders. Maurice is één van de eerste bewoners van het pand. Hij woonde eerst beschermd en woont nu ruim 2 jaar zelfstandig. Een paar uur in de week krijgt hij ondersteuning. Daarnaast is er beveiliging aanwezig in het pand.

Hij heeft een kleine studio met open keuken en een eigen badkamer. Het bed en nachtkastje had hij al, verder heeft hij wat spullen gekregen toen hij verhuisde. Zijn trots zijn de boxen: “Die heb ik op Marktplaats gekocht. Radio FunX luister ik graag want die zender heeft niet zoveel reclame. Ik hou niet van dat geouwehoer op andere zenders.” De muziek staat de hele dag aan: “Ik ben geen energiezuinig type,”  lacht hij, “de aan-uit schakelaar gaat snel stuk. Dan is het makkelijker om het geluid zacht te draaien.”

Fijn wonen

In vergelijking met zijn vorige woningen, is de studio wat karig. “Maar dit is rustiger wonen. In de beschermde woonvorm waar ik hiervoor woonde, had ik een eigen appartement. Alles was nieuw: een eigen badkamer én aparte slaapkamer. Daar is het zo fijn wonen, daar willen mensen niet weg.” Zijn verhuizing kwam toen zijn indicatie beschermd wonen verliep. “Ik had de keuze uit dit appartement of de studio hiernaast. Hier heb ik meer ruimte: ik kan hier een feest geven.”

Een feest geven heeft hij nog niet gedaan. Maurice vertelt: “Op deze verdieping ken ik een paar bewoners, maar de meeste zijn 20 jaar jonger. We barbecueën af en toe samen. Maar ik zit niet veel binnen. Liever ben ik buiten om mensen te ontmoeten met een kopje koffie in de hand. Dan ga ik zitten op dat bankje op de hoek, want anders zie ik niemand voorbij komen. De buren met de hond maken weleens een praatje.”

Iedere maand krijgt hij een injectie in zijn bil om stemmen tegen te gaan. Zijn dagen vullen zich met een kleine dagbesteding: hij werkt een paar keer in de week als schoonmaker bij dagactiviteitencentrum van GGZ Centraal. Hij heeft een brommertje waarop hij graag een rondje rijdt. En koken doet hij zelf iedere dag. ”Ik zorg dat ik een beetje gezond blijf. Als de aardappelen in de aanbieding zijn, dan haal ik meteen een paar kilo. Dan kan ik even vooruit. Af en toe doe ik makkelijk met een pizza uit de oven.”

Hij rookt graag een jointje, iets wat hij vanaf zijn 16e al doet. “Ik zal er ook nooit mee stoppen. Het is vrije tijdsbesteding voor me. Wat opvulling voor de verveling. Maar ik hou wel rekening met anderen. Ik doe het niet ’s morgens om 8 uur al als de kinderen naar school worden gebracht. Want ik weet dat het kan stinken. Net als mensen die uit de trein direct een sigaret opsteken. Dan sta je ook in de walm.”

Overlast

Maurice merkt dat mensen hem niet heel toegankelijk en benaderbaar vinden. Hij is zich er van bewust dat zijn gedrag er voor kan zorgen dat mensen liever wat afstand houden: “Op straat praat ik weleens in mezelf. Via via hoor ik weleens dat er achter mijn rug om wordt gepraat. En het gebeurt soms als ik de straat ben overgestoken. Sommige mensen reageren helemaal niet als je ze tegenkomt op straat. Vooral vrouwen doen dat wat minder.” Hij wil liever dat mensen hem gewoon vertellen wat ze vinden, zodat hij goed kan uitleggen waarom hij doet zoals hij doet. Tegelijkertijd heeft hij niet het idee dat het altijd per se aan hem ligt: “Dat hebben anderen ook als je over straat loopt, dat doen ze niet omdat ik gek ben. Een voorbijganger kan toevallig chagrijnig zijn.”

Hij is begripvol voor mensen die angstgevoelens hebben voor mensen met verward gedrag en vindt dat dit serieus genomen moet worden. “Kijk, ik ben niet agressief, geef geen problemen en heb nooit een gevangenisstraf gehad. Maar iemand die wel een probleemgeval is, moet aangepakt worden vind ik. Wanneer er vroeger iemand op straat liep te schreeuwen, dan liepen andere mensen gewoon voorbij alsof er niets aan de hand is. Dat was niet oké. Ik vind het belangrijk dat mensen goed voorgelicht zijn en een telefoonnummer hebben dat ze kunnen bellen als ze zich zorgen maken om iemand of als ze overlast ervaren. Als er iemand door je tuin loopt, dan is het logisch dat je de politie belt.” Dat geldt niet alleen voor wat Maurice ‘gekkies’ noemt: “Van de toeristen aan de overkant van de straat hebben buurtbewoners soms meer last dan van ons.”

De toekomst

Soms vraagt hij zich af hoe het verder moet. Het is onzeker of hij na 2022 in zijn woning kan blijven. “Het liefst woon ik ergens permanent, want dan heb ik rust.” Ook financieel zal het anders worden; zijn uitkering stopt als hij 60 jaar wordt en zijn maandelijkse bedrag is straks lager. “Er is een kans dat ik weer aan het werk moet. Maar ik kan niet samenwerken. Als ik druk voel, dan ga ik praten. Als ik zonder zorgen kon werken, dan zou ik het zo doen. Ik wil graag iets doen voor de medemens.”

Stigma van psychische aandoeningen

40% van de Nederlanders krijgt er in zijn leven ooit zelf mee te maken, of anders gaat het om iemand uit je naaste omgeving. In beide situaties kan de impact op je leven enorm zijn. Veel mensen ervaren stigmatisering als nóg erger dan de aandoening zelf, vooral vanwege de schaamte die het oplevert. Mensen vermijden hulp en het zit herstel in de weg. Tweederde van de mensen stopt zelfs helemaal met activiteiten uit angst voor stigmatisering. Bron: www.samensterkzonderstigma.nl.